goed nieuws

December 15th, 2009

Als het op mensen even goed werkt als op muizen is dit geweldig goed nieuws.
Wetenschappers in de Verenigde Staten hebben ontdekt dat tumoren die niet uitzaaien naar andere delen van het lichaam een proteïne afscheiden dat prosaposin heet. Tumoren die uitzaaien doen dat in veel mindere mate. Deze ontdekking zou kunnen leiden tot nieuwe behandelingen, die verhinderen dat kanker uitzaait.

Het hele artikel vind je hier:

Scientists Discover Protein That Stops Cancer Spread

Hang on!

  • Share/Bookmark

niet opstaan

November 13th, 2009

de wekker niet zetten. niet woelen en denken ik wil niet ik wil niet. niet veel te vroeg opstaan. niet onder de douche mijn hand op mijn schouder leggen, ik wil niet. me niet aankleden, er niet op letten twee dezelfde sokken aan te doen. er niet op letten ‘een handig T-shirt’ te dragen. mijn schoenen niet aandoen en niet tegen de opspringende hond zeggen ‘jou kan nu niet mee, snoopy. mammie moet ziekenhuisje. hond niet hygiënisch.’
mijn jas niet aandoen en niet met mijn hand op de klink van de voordeur denken ‘Geronimo!’. niet naar buiten gaan. niet in de auto stappen en niet denken: ‘oei, mijn kaartje!’. niet terug naar binnen gaan. het kaartje niet pakken. niet tegen de opnieuw opspringende hond zeggen ‘het gaat nu niet snoopy, je mammie komt terug’. niet in de auto stappen, niet de auto starten. niet geen muziek horen en niet denken ‘oei, mijn iPod!’. niet opnieuw uitstappen, niet weer naar binnen gaan, niet al mijn zakken doorzoeken naar de iPod, niet hem uiteindelijk vinden. niet zeggen ’straks gaat ons’ tegen de opspringende hond. niet met mijn hand tegen het portier van de Twingo denken ‘oei, mijn g!’. niet denken ‘bugger that g’ en niet denken ‘ja maar, als er dan iets is met f’y…’. niet voor de derde keer naar binnen gaan, niet mijn gsm van het tablet bij de voordeur graaien, niet zeggen ‘tot straks snoops!’.
niet wegrijden, niet stoppen bij de bakker voor 2 oudbakken chocoladekoeken (ze bakken die op zondag en die worden dan een hele week verder verkocht) en een blikje lauwe cécémel. niet in de auto eten. niet afgesproken hebben met mama op de parking van de Carrefour. niet zeggen ’sorry dat ik zo laat ben, maar…’ en ’stond je hier al lang?’. niet bij haar in de auto stappen. niet de madam horen zeggen ‘na 100 m links afslaan. links afslaan!’. niet door straten rijden waar ik anders nooit kom. niet de parking van het ziekenhuis oprijden, niet zoeken naar een plaats. niet lopen klappertanden op weg naar de ingang. niet de bareel op mijn hoofd krijgen (is maar één keer gebeurd maar het staat – letterlijk!- in mijn hersenen gegrift).
niet ’s morgens al de geur van ziekenhuissoep. niet denken ik wil niet ik wil niet door de lange gangen. niet bij het secretariaat zeggen ’sorry dat ik zo laat ben’, niet horen ‘dat geeft niks, we hadden een half uurtje te vroeg op je kaartje geschreven’, niet grappen ‘jullie kennen me goed!’. niet horen naar welke zaal, niet daar binnen gaan en geen stoel kiezen. niet alles beginnen uitpakken, boeken, tijdschriften, ons breiwerk, niet alle kastruimte volproppen met tassen en jassen.
niet horen ‘ha mevrouw schoofs, hoe gaat het’, niet zeggen ‘goed en met u’.
niet op de weegschaal moeten, niet mijn gewicht door de hele zaal horen schallen. niet met een rode kop gaan zitten. mama niet horen zeggen ‘in ‘t vervolg doe je je schoenen maar eerst uit’. niet met haar praten tot het karretje komt en ik mijn trui uit moet doen. niet behulpzaam mijn T-shirt omlaag houden. de koude prop ontsmettingsmiddel niet over mijn schouder voelen wrijven, niet horen zeggen ‘een klein prikje mevrouw schoofs, diep inademen’. niet mijn adem inhouden, niet mijn tanden op elkaar klemmen, niet denken ‘ik wil niet ik wil niet ik wil niet ik wil niet ik wil niet ik wil niet ik wil niet’. niet zeggen ‘daar heb ik nu eens echt niks van gevoeld’.
niet wachten in de wachtzaal op de dokter. niet voelen hoe opeens mijn ogen zich vullen met tranen. niet slikken, niet denken ‘ik vergeet haar nooit’.
niet terug naar de zaal, niet de plateau onder mijn neus geschoven krijgen, altijd, elke keer met de kom soep naast het kannetje koffie, vlak naast elkaar vooraan. niet de koffie zo snel mogelijk zo ver mogelijk van me af zetten. niet dan de soep aan mama geven ‘alsjeblieft, eet maar op’. niet horen ‘ja maar, wil jij die niet?’ – ‘nee’ – ‘echt niet?’ – ‘nee’ – ‘die is lekker hoor’ – ‘weet ik, daarom geef ik hem aan jou’. niet een boterham smeren voor mama, niet een voor mij. niet denken ‘dat vieze ziekenhuisbrood!’, niet zoveel mogelijk beleg op zo weinig mogelijk boterham stapelen. niet het puddinkje in de handtas stoppen, vroeger voor F’y, nu voor papa.
niet breien, niet horen ‘dit zijn de cortisonen, dit pilletje nu inslikken, dit is tegen de misselijkheid, dit is je chemo’. niet horen ‘wat zijn jullie aan het maken’ – ‘een jurk voor mijn kleindochter’ – ’schattig’ – ‘en ik een sjaal voor mijn vriend’ – ‘mooie kleuren’. niet mama horen zeggen ‘zal ik ons iets halen, wat wil je?’. niet antwoorden ‘een cola’ – ‘een zero?’ – ‘nee, een gewone’ – ‘met al die suiker? okee, een gewone dan’. niet glimlachen.
niet proberen de zetel comfortabel te krijgen, geen cola drinken terwijl de Taxol mij binnenloopt, niet praten. niet praten en niet breien. niet losgekoppeld worden, niet moe en suf naar buiten gaan. niet naar de delhaize gaan waar je kan self-scannen en self-payen. geen afscheid nemen op de parking van de carrefour. niet naar huis rijden door een post-chemo lucht, niet dat iets ijlere, iets puntigere gevoel.
niet mijn huis binnengaan bij een uitzinnig blije hond. niet in de zetel ploffen. niet horen hoe Virolai staat te rommelen bij de kapstok. niet merken hoe ze haar leiband over de grond sleept, naar me toe. niet voelen hoe ze de riem in mijn hand duwt.
niet zeggen ‘het gaat nu niet snoopy, je mammie is niet lekker’.

groei nu maar haartjes. de beproeving is -voorlopig- voorbij.

  • Share/Bookmark

RMO

October 31st, 2009

virizee

In de telefoonlijst die bij “Raadgevingen voor het thuisfront” staat (F’y is nog tot 10 januari in Kandahar, Afghanistan) vind je een paar nummers voor “Sociale ondersteuning”. Financiële problemen (voor zover ze te maken hebben met het verblijf van je geliefde in het buitenland), kinderopvang, administratieve problemen, ondersteuning is voorzien! Ook als je het psychisch moeilijk hebt, kan je bij Defensie terecht voor een goed telefoongesprek. Je moet gewoon bellen naar de RMO en dan kom je bij de “Raadgevers Mentale Operationaliteit”. Ik verzin het niet!

Donderdag heb ik het meest bizarre hartonderzoek ooit beleefd: in een stoffige kelder, met een spuit uit een roestige gereedschapskist! Zodra ik de inhoud daarvan in mijn aderen had moest ik “zo snel mogelijk zoveel mogelijk melk drinken” en toen ik propvol melk zat zei de verpleegster (een streng figuur): “en nu nog 4 glazen water en vlug wat! de machine wacht niet!”

Het verwonderde me gisteren dan ook helemaal niet dat dokkie zorgelijk keek en zei dat mijn hart er niet zo goed uitzag. Ze zei aarzelend: “Maar misschien lag dat aan de machine…”!
Nu ja, het begon anders: ik kwam haar buro binnen en liet mijn dossier uit mijn handen vallen. Terwijl ik juist wou zeggen dat de neuropathie in mijn handen veel beter was en het waarschijnlijk de week ervoor gewoon winterhanden waren geweest die me zo onhandig maakten. Dus ze bekeek zorgelijk mijn pogingen dat dossier weer op te rapen (het gleed telkens weer weg) en besloot te stoppen met Taxol. Tenminste voor een tijdje. Het duurt een jaar voor die neuropathie uit mijn handen is en je moet afwegen of de voordelen opwegen tegen de nadelen. Voorlopig dus niet, wat zowel slecht is als goed. Enerzijds wil ik zelf graag zoveel mogelijk Taxol, hoe meer hoe liever, al heb ik neuropathie tot achter mijn oren. Anderzijds is dokkie tevreden genoeg over mijn toestand om me te de-Taxollen en doe ik het “super” (dat was wel heel lief gezegd van haar).
Maar ze zei dus “Hmhm” en begon over mijn hart. Dat de uitslag van die test niet zo goed was en we ook stopten met Herceptine. Voorlopig.
Dat hart van mij is al eerder problematisch geweest in tests, maar een paar maanden later was het dan weer “als van een jong veulen”, ik maak me daar niet echt zorgen over, wel over het stoppen met Herceptine. Dat is maar een raar idee, ik krijg het al bijna 8 jaar om de 3 weken, zonder uitstel of onderbreking. Het is dankzij Herceptine dat ik nog leef, kan ik dan wel zonder?
Nu ja, ik kan het zelf in het snuitje houden, als er iets is mag ik bellen en anders bekijken we het over 6 weken opnieuw. Zes weken ziekenhuisvakantie! Dat is me sinds april 2000 niet meer overkomen!

Hart en lijf en hoofd hebben rust nodig, dat had ik zelf al in de smiezen.

  • Share/Bookmark

bier

October 16th, 2009

Vandaag vroeg dok hoe het ging en ik zei: niet goed. Ik moest me natuurlijk inhouden omdat mama erbij was maar ik had zin om in tranen uit te barsten. Nee, dat is fout. Ik dacht dat het zo zou zijn, maar in het aanschijn van dokkie vertoonde ik hetzelfde hondse gedrag als altijd: trouwhartig kijken, m’n T-shirt uittrekken ‘op dynamische wijze’, een kwinkslag… Doen alsof je superkankerpatiënt bent, iemand die alles aankan en die nooit pijn voelt, geen angst, geen verdriet.
Ik doe me denken aan Virolai bij dierendokkie: die staat dan (voor haar banale jaarlijkse inenting) te beven op haar pootjes en ze pakt altijd mijn hand in haar bekje of ze begint mijn hand af te likken met een energie en een toewijding… alsof haar leven ervan afhangt.
Zo doe ik ook, ongeveer, bij dokkie. Alsof het iets helpt als je een brave hond bent.

Het gaat nu niet over mij, het gaat over iemand die ik graag heb nu. Omdat… omdat… ik heb nog altijd de indruk dat ik die hele stomme rotziekte kan pootje lappen. Als ik gewoon maar eens wist waar de benen waren. Ik lap en lap, ik lap als een bezetene pootje in de ijle lucht en de enige die af en toe valt ben ik. En ik heb… ik denk… er is een gevoel van hoogdringendheid dat zich aan me opdringt, ik moet die verdomde rotbenen vinden.

Voor ik huil, en om jullie te doen lachen, zal ik een anecdote vertellen. Het gaat over Vincent Delerm.

Het zit zo: ik wilde mezelf wat opmonteren door een stukje te kijken over Vincent Delerm achter de schermen. Het was maar een heel klein stukje. Hij stond te wachten achter het gordijn en het was afschuwelijk, want hij had een bruin flesje, achteloos bij de flessenhals gehouden, in zijn hand. Bier! Het klinkt dwaas, vrienden, maar ik was helemaal niet opgemonterd toen ik het zag. Mijn keel werd dichtgeschroefd, mijn hart werd plots loodzwaar. Ik begon bij mezelf te argumenteren: het is niets, het is niets, het is niets, het is niets! Meer mensen drinken bier, sommigen soms, sommigen veel, F’y soms veel. En ik dacht: wat dacht je dan dat hij dronk?, en ik kon niks bedenken. Appel-kersensap, dacht ik, of een jus de poires. ’s Avonds tisanes of thee. Geen cola (dus jullie merken nu wat voor een dunk ik heb van cola en mijn eigen excessieve nuttiging ervan). Een grenadine misschien of een menthe à l’eau. Geen bier.
Wel bier dus, uit een bruin flesje, achteloos bij de nek gehouden. Een emmer water over mijn kop had geen ijzingwekkender resultaat kunnen hebben.
Toen moest hij op en voor hij het gordijn door ging zette hij het flesje achter zich op tafel. Wel vrienden, ik moet me tot het einde van mijn dagen schamen. Het was hoestsiroop! Attaboy!!!

  • Share/Bookmark

uit de zon! uit de zon!

September 2nd, 2009

Door omstandigheden – misschien doordat ik me hier meer en meer meng in het publieke leven – kom ik meer en meer mensen tegen die me nu voor het eerst ontmoeten (zonder haar, met muts of doekje op mijn bolle okkernoot) en dan denken dat “dat meisje ziek is” en goedbedoeld allerlei raad beginnen geven.
Zoals: “Gaat maar vlug naar binnen, want gij moogt niet teveel in de zon komen!” of “Nee, niks doen! Gij moogt niet met uw handen in dat zeepsop!” of “Wij doen dat wel! Gaat gij maar daar op die stoel zitten en rust een beetje.”. (Wijzend naar een stoel in een donkere hoek binnen, ver van alle sopjes en detergenten – ze vertrouwen me voor geen haar!)
Als ik dan zeg: “Ik kan dat best!”, schudden ze hun hoofd. “Neenee, meisje… Het is moeilijk, maar ge moet nu leren, hoe hard het ook is, om naar uw lichaam te luisteren.”. En “Uw gezondheid gaat nu voor!”.

Stel je voor dat ik al 9 en een half jaar in de schaduw zat, zonder ooit af te wassen of de ramen te lappen!

Zondag wordt een zwarte dag. Overdag moeten Virolai en ik zaklopen, meedoen aan een eierrace, koekhappen en ezeltje-prikken op de hondenschool. Dat klinkt als dolle pret, en dat zou het ook zijn, ware het niet dat het me voor het eerst is ontglipt: “Dat kan ik niet meer.”. Over het zaklopen.
Ik hoopte eerst dat “zaklopen” betekende: Virolai in een zak stoppen en daarmee lopen. Maar ik moet (met mijn voeten) in de zak en dan, Virolai meesleurend, springen.
Nu ben ik de meest enthousiaste springer ter wereld, maar laatst “even oefenen” werd piepen en puffen en een knalrode kop en het bijna besterven. En zeggen: “Dat kan ik niet meer…”.

’s Avonds wordt het echt verschrikkelijk, want m’n F’y moet naar Afghanistan voor 4 maanden en 4 dagen. Na het zaklopen etc., waarvan we hopen dat het ons afleidt, vertrekt hij. Ik klink misschien beheerst, maar raak nu al in een wild soort radeloze paniek als ik eraan denk.

Dat voor het zaklopen ook de heer Schoofs Jean-Pierre met hond “Gosje” is ingeschreven, is een schrale troost.

  • Share/Bookmark

haar

August 6th, 2009

de hele dag denk ik aan haar, al een paar weken lang. ze hoort niet veel van me, de gedachten razen door mijn hoofd en ik weet niks te zeggen. ik ben zo verschrikkelijk kwaad. ik wil haar zeggen dat ze sterker is dan welke ziekte dan ook. dat ik haar nooit van m’n leven loslaat, ook al weet ze niet dat ik haar bij de hand houd. dat ik schop en trap tegen het monster, want het moet weg. het is een stomme klote rotziekte en het heeft een afschuwelijke, van haat vervulde doodsvijand en dat ben ik. ik ben kwaad en verdrietig en ik weet niet wat ik moet zeggen. ik was stug en onbehouwen de laatste tijd, alsof ik in een betonnen koker zat. Toen ik vorige week hoorde dat ik Taxol moest krijgen, dat de uitzaaiingen in mijn huid uitgebreid waren en mijn wonden vergroot, dacht ik alleen maar: “okay”. Bovendien waren die wonden ook al weken onafgebroken aan het bloeden, wat -ik zweer het jullie- een vermoeiende en hoogst deprimerende zaak is, dus ik wist zelf ook wel dat het niet goed ging.
Maar dat kon me eigenlijk niet zoveel meer schelen, dus dat ‘hoogst deprimerend’ was alleen in theorie.

Nu ben ik mijn krachten weer aan het verzamelen. Ik ben supermoe, hyperverdrietig en ultrakwaad. En ik weet niet wat ik moet zeggen. Teveel mensen hebben in hun pogingen tegen mij iets zinnigs te zeggen al de totaal verkeerde dingen gezegd. Meestal is het zo goed bedoeld dat je het niet erg vindt. Soms is het zo stom (”Sorry dat ik niet meer kom, maar ik kan het niet aan. Als je genezen bent doen we weer leuke dingen.”) dat het je in eerste instantie enorm kwetst (ik bedoel: vroeger) en dan geen barst meer interesseert (nu). Soms is het gewoon grappig in al zijn onbeholpenheid (”Ja… het zijn de besten die het eerst gaan…”).

Waarom zeg ik haar niet dat ik zo kwaad ben? Omdat het geen zin heeft. Mijn woede helpt niemand ook maar een stap vooruit. Behalve mij, ik heb hem nodig om krachten te verzamelen.

Waarom zeg ik haar niet dat ik haar vasthoud, altijd, en aan haar trek? Omdat dat niet iets waar ik over moet praten, maar dat ik moet doen. Het zou zijn alsof ik – zoals ik hier thuis soms doe – de bovenkanten van de kasten zou afstoffen en dan zou zeggen, bij thuiskomst van de heer F’y: “Kijk maar eens boven de kasten, niks stof meer! En morgen wied ik onkruid!”. Terwijl ik denk: “Saskia, gewoon doén en zwijgen!”.
Tegelijk weet ik nog zo goed wie er ooit tegen me hebben gezegd: “Ik hou je vast en laat je nooit van mijn leven los. Ik trek aan jou tot ik er bij neerval. Als je valt, kan je nooit diep vallen, want je hangt aan mij.”. En: “Schoofs, No Surrender!”.

Het is zo, maar ik zeg het niet. Het is zo, maar er zit alleen de kracht van een idee achter. En ik ben een armzalige trekker.

Vandaag niet, want ik ben volgespoten met epo. Epo en Taxol. De Taxol maakt dat ik op de grond wil gaan liggen, ineenkrullen als een kat, met mijn hond dicht tegen me aan of mijn beer. Ogen dicht. Wereld buiten. Meisje binnen. Wegdobberen.
De epo maakt dat ik bijna uit mijn vel barst. Elke letter die ik tik kost me moeite, niet van vermoeidheid (Taxol), maar van de zin om met mijn vuisten op het toetsenbord te rammen (Epo). Ik heb op de zetel staan springen om de vering te testen, F’y uitgedaagd om al ‘voetje-van-de-grond’-end van voor- naar achterdeur te huppen. Ik wou keihard gaan galopperen met de Kittenish, sneller dan de wind, maar ik was te moe om erop te geraken. Zin om de gaskraan open te draaien. Zin om al mijn zekeringen te laten kortsluiten. Zin in bloed op de muren. Zin om auto-ongelukken te veroorzaken. Zin om Rambo een enorme schop te geven. Zin in een afschuwelijk einde, zoals je weleens in een film ziet (genre: dat Kate Winslet Leonardo DiCaprio liet bevriezen!), kortom: een totaal Mano Negraanse bui.
Maar ik moet me tamelijk gedeisd houden want ik ben aan de misselijke kant. Aan de koortsige kant. En aan de voorzichtige kant, want F’y kan wel weten dat ik ziek ben en opgespoten en alles tegelijk, maar als ik mijn stoppen laat doorslaan kan hij dat wel eens niet grappig vinden.

IJdelheid der ijdelheden: ik denk ook vaak aan mijn haar. Door de Taxol valt dat binnenkort weer uit (nog een week, misschien twee, en ik ben kaal) en het doet me nu al pijn, ik zit er konstant aan te voelen. Twijfel of ik het kort zou laten knippen, nog, of dat geld sparen. Wil honderd foto’s maken, maar het is zo warrig en te lang en uit model, moet ik mezelf dan als hippie bewaren? Daar ben ik ook kwaad over (een beetje): mijn haar moet bij mij blijven! “Je haar groeit wel weer aan, dat is het minste”, nog zo’n opmerking. Het is natuurlijk waar, maar wat als het dat niet doet? Als dit mijn laatste haar is?

Ik ben kwaad op mezelf dat ik ook maar aan zo’n dingen denk. Maar ook niet, ik kan niet kwaad zijn op mezelf. Voor alles wat ik ooit verkeerd heb gedaan ben ik harder aan het boeten dan ik verdien. Laat me maar kwaad zijn omdat mijn haar me wordt uitgerukt, omdat mijn hart en al mijn wonden bloeden en ik moe, moe, moe ben en wil slapen. Ik verzamel krachten.

Ik herinner me toen we circuslessen gaven en ’s avonds, als de kinderen sliepen, de clowns en de wolven en de pauwen, uren en uren oefenden met messengooien. Ik was er heel slecht in maar werd heel goed, mijn messen vlogen met kracht (en een halve draai) door de lucht en troffen doel. Ik kan het niet meer, maar ongetwijfeld kan ik het gauw weer.

Ik heb een geheim: ik heb een hond. ik heb een beer. ik kan jongleren. ik kan op een eenwieler rijden. ik kan op de rolla springen en een hele draai maken. mijn paard kent 133 woorden. ik ben mooi en word bemind (dat laatste is een citaat, voor jullie denken dat ik helemaal doorsla). ik ben dapper en niet laf. mijn vrienden zijn mijn vrienden.

Ik heb een geheim: ik word op de wereld gehouden door onzichtbare krachten. Ik ben de hardste trekker en ik laat nooit los. Ik ben gevaarlijk en ik beweeg. Ik ben een perfecte vijand.

Niet vragen, niet bang zijn en niet smeken. Geen overgave.

Dat zweer ik, zo helpen mij m’n hond, m’n beer en St. Vincent, mijn patroonheilige (ook al geloof ik niet – in niks behalve in de kracht van ideeën en woorden)

  • Share/Bookmark
  • Saskia Schoofs

    Geboren in 1967, wat een komplete vergissing was, dat had 1767 moeten zijn... Nu ja, niks aan te doen. Ik ben opgegroeid met boeken en dieren. Ik lees veel, brei verstrooid maar veel, hou van bossen, uitgestrekte vlakten, zee, stokoude stadskernen, ruïnes, lente, zomer, Russische woorden, mediterraans eten en Franse zangers (kan even niet op een naam komen...)

    Inflammatoir borstkanker sinds april 2000, vervloekte rotziekte.

  • Motto's

    No retreat, baby, no surrender. (Bruce Springsteen)

    When I'm bad I'm very bad, but when I'm good I'm better. (vrij naar Mae West)

    I would rather be in an apple tree than a naughty girl in adversity. (naar Benjamin Britten, The Turn of the Screw)

  • Admin